Centrum
    Team
    Contact
    Satelliet Centra

 Patiënten
    Eerste bezoek
    Diagnose
    Brochure

 Juridisch

 Behandelingen
    Chirurgisch
    Hormonaal
    Medisch geas-
     sisteerd

    Alternatieven

 

       [English]
       [Italiano]


  (c) LifeLeuven.be

 

 


Medisch geassisteerde voortplanting

IUI
IVF
GIFT
Speciale Technieken

Hier horen technologieën thuis die op een meer ingrijpende manier kunnen helpen een bevruchting tot stand te brengen. Meestal wordt aan deze technieken een stimulatiebehandeling toegevoegd, die kan verschillen naargelang de gebruikte techniek.

IUI

Deze afkorting staat voor intra-uteriene inseminatie. Dit wil zeggen dat het sperma van de man in het laboratorium voorbereid wordt, waarna het rechtstreeks in de baarmoederholte wordt ingespoten. Dit heeft twee voordelen: de zaadcellen moeten niet meer doorheen de slijmprop in de baarmoederhals en de zaadcellen in het voorbereide staal zijn reeds een selectie van de beste zaadcellen. De belangrijkste voorwaarde om deze techniek te kunnen gebruiken is de doorgankelijkheid van de eileiders. Indien die afgesloten zijn, kan het zaad onmogelijk tot bij de eicel geraken. De stimulatiebehandeling die bij deze techniek wordt gebruikt is eerder mild. Het is de bedoeling met de stimulatie één tot drie rijpe follikels (met eicellen) te bekomen. Meer eicellen zou het risico op een meervoudige zwangerschap op een onaanvaardbare wijze doen toenemen.

IVF

Deze afkorting staat voor in vitro fertilisatie. Na een goede stimulatie van de follikels wordt een eicelpunctie uitgevoerd. De bekomen eicellen worden in het laboratorium in een schaaltje gemengd met voorbereid sperma (inseminatie) en dan in een broedstoof (incubator) geplaatst. De incubator zal de kweekvloeistof op de juiste temperatuur en zuurtegraad houden.
Doordat de beste zaadcellen zich door deze techniek in de onmiddellijke nabijheid bevinden van de eicellen, duurt het gewoonlijk niet lang voordat een zaadcel zich door de eischaal gewerkt heeft en de eicel bevrucht heeft. Als alles naar wens gaat zal een groot deel van de eicellen bevruchten. Indien er helemaal geen of slechts zeer weinig van de bekomen eicellen bevrucht zijn, kan dit wijzen op een probleem met de eicellen, de zaadcellen of beiden. Dit is steeds teleurstellend nieuws, maar de informatie kan gebruikt worden om de volgende cyclus een andere, meer ingewikkelde techniek te proberen. Na de bevruchting worden de embryo’s regelmatig gevolgd om te zien of de embryonale ontwikkeling normaal is.
eicelpunctie

Gewoonlijk worden op de tweede of derde dag na de eicelpunctie een tot twee embryo’s teruggeplaatst in de baarmoederholte. Dit noemen we de embryotransfer. Het is een eenvoudige en pijnloze procedure waarbij doorheen de baarmoederhals een klein buisje (katheter) tot in de baarmoederholte wordt gebracht zodat de embryo’s hier in een kleine hoeveelheid kweekvloeistof kunnen getransfereerd worden. In de baarmoederholte ontwikkelen de teruggeplaatste embryo’s zich verder tot ze groot genoeg zijn om door de eischaal te breken en zich in te nestelen in het baarmoederslijmvlies. De embryo’s die niet worden teruggeplaatst worden ingevroren indien er tenminste geen tekens zijn van ernstige stoornissen in de embryonale ontwikkeling. De ingevroren embryo’s kunnen dan later ontdooid en teruggeplaatst worden.

terug

GIFT

Deze afkorting staat voor gamete intra-fallopian transfer. In een eerste tijd verloopt deze behandeling zoals een in vitro fertilisatie. Na het opzuigen van de eicellen volgt dan volgt de tweede stap waarbij een laparoscopie wordt uitgevoerd om eicellen en zaadcellen in de eileider te brengen. Bij GIFT vindt de bevruchting dus niet in het laboratorium plaats maar in de eileider. Dit onderscheid kan voor een aantal redenen belangrijk zijn. Voor mensen met bepaalde religieuze overtuigingen is dit een meer aanvaardbare oplossing dan IVF, waar de bevruchting in het labo gebeurt. Deze techniek is meer ingrijpend dan IVF en biedt op dit ogenblik geen bijkomende voordelen meer. Deze techniek wordt voor het ogenblik niet zo frequent meer toegepast.

terug

Speciale Technieken

ICSI

Deze afkorting staat voor intracytoplasmatic sperm-injection. In gevallen van ernstige afwijkingen van het spermabeeld biedt IVF dikwijls geen oplossing. Hoewel door de voorbereiding van het spermastaal bij IVF alleen de beste zaadcellen worden gebruikt, kunnen bij sommige mannen zelfs deze beste zaadcellen niet goed genoeg zijn om op “eigen kracht” doorheen de eischaal te raken. Ook wanneer er een zeer slechte bevruchting was van de eicellen in een vorige IVF-cyclus, lijkt het weinig zinvol verder te gaan met IVF. In deze gevallen kan ICSI soms een oplossing zijn.
In deze gevallen kan ICSI soms een oplossing zijn.Het principe van ICSI bestaat erin dat met behulp van een heel verfijnde microscoop één zaadcel rechtstreeks in elke eicel wordt geïnjecteerd via een ultrafijne glazen injectienaald.Na de zaadcelinjectie moet het erfelijk materiaal in de kop van de zaadcel nog vrijkomen en zich vermengen met dat van de eicel. Wanneer dat niet gebeurt, is de bevruchting niet volledig. Met andere woorden, de zaadcel injectie is een eerste stap in de (in dit geval geassisteerde) bevruchting, maar die is slechts beëindigd wanneer er versmelting is van het erfelijk materiaal van man en vrouw. Dat is een voorwaarde voor een normale embryo-ontwikkeling.
zaadcelinjectie met fijne naald

Een zaadcel injectie is dus geen garantie voor het verkrijgen van embryo’s.
Na de zaadcel injectie verloopt de rest zoals bij IVF: twee tot drie dagen na de eicelpunctie gebeurt de terugplaatsing van de beste embryo’s.

MESA, TESA en TESE

Bij sommige mannen kan het soms moeilijk zijn om voldoende goede zaadcellen af te zonderen voor de ICSI procedure uit een gewoon ejaculaat. Wanneer dit het geval is, bestaat de mogelijkheid toch voldoende zaadcellen te bekomen rechtstreeks uit de bijbal (de epididymis) of de teelbal (de testis). Uit de bijbal (MESA) of de teelbal (TESA) kunnen immers onder lokale verdoving met een heel fijne naald dikwijls voldoende zaadcellen worden opgezogen om toch een ICSI-procedure te kunnen uitvoeren. In een heel klein aantal gevallen is een naaldaspiratie onvoldoende en moet een kleine insnede in de teelbal gemaakt worden (TESE) om een klein stukje weefsel te verwijderen. Uit dit weefsel kan de embryoloog dan de zaadcellen afzonderen.

Assisted hatching

De term “assisted hatching” verwijst naar een techniek waarbij het embryo een handje geholpen wordt om door de eischaal te breken. Bij sommige vrouwen zijn de eicellen omgeven door een ongewoon dikke of harde eischaal, zodat het niet ondenkbaar is dat de onvruchtbaarheid ten dele hierdoor veroorzaakt wordt. Met de speciale microscoop, die ook voor ICSI wordt gebruikt, wordt heel voorzichtig een kleine opening in de eischaal gemaakt zodat het de vasthechting van het embryo zich langs hier kan voordoen. De waarde van deze techniek wordt echter door velen sterk in twijfel getrokken.

Pre-implantatie screening / DIAGNOSE

Hierbij worden de embryo’s onderzocht op mogelijke genetische defecten. We weten dat in functie van de leeftijd van de vrouw er een rechtstreeks verband bestaat met een toename van het aantal genetisch abnormale eicellen Bij eventuele bevruchting zullen deze embryo’s zich niet gaan inplanten ofwel reden zijn van een miskraam.
Recent werden technieken ontwikkeld die het mogelijk maken deze genetisch afwijkende embryo’s op te sporen in het embryo voor de terugplaatsing. Dit wil zeggen dat de test kan uitgevoerd worden op embryo’s die door IVF of ICSI zijn ontstaan. Hierbij wordt een enkele cel uit het embryo genomen voor verder onderzoek. De verdere normale ontwikkeling van het embryo komt hierdoor niet in het gedrang. Dit laat ons toe enkel de genetisch normale embryo’s terug te plaatsen wat resulteert in een verhoogde kans op een normaal evolutieve zwangerschap.
cel wordt uit embryo genomen

Deze methode kan gebruikt worden bij vrouwen ouder dan 37 jaar. Dezelfde werkwijze wordt uitgevoerd bij koppels die een gekend verhoogd risico hebben op erfelijke afwijkingen. Tot voor kort waren er slechts twee manieren om te voorkomen dat een gekende erfelijke ziekte of aandoening werd overgedragen: het koppel adviseren geen kinderen te krijgen of een abortus uitvoeren in het begin van het tweede zwangerschapstrimester indien de vruchtwaterpunctie of vlokkentest aantoonde dat de ziekte inderdaad werd overgedragen op het kind. Door de embryo’s voor de terugplaatsing te onderzoeken kunnen deze embryo’s die de erfelijke aandoening niet hebben overgeërfd, bij de moeder worden teruggeplaatst. Deze techniek laat deze koppels toe op een veilige manier hun eigen kinderen te hebben zonder de lange tijd te moeten wachten op de uitslag van de vruchtwaterpunctie of de vlokkentest. Bovendien is een tweede trimester abortus steeds een zeer traumatische ervaring zowel op lichamelijk als op geestelijk vlak. Het spreekt voor zich dat in geval van erfelijke aandoeningen deze technieken enkel mogelijk zijn door nauw samen te werken met een centrum voor genetische diagnostiek.

Lees meer over Eicel en Embryo Biopsie...

terug