De eerste IVF baby werd geboren in 1978, het was wachten tot 1990 voor de eerste resultaten werden gepubliceerd over genetische testen op het embryo om afwijkingen op te sporen. De voorbije jaren zijn grote stappen gezetten in het domein van PGS/PGD (pre-implantatie genetische diagnostiek/pre-implantatie genetische screening), maar er moet ook nog steeds veel worden bestudeerd.

Met PGD kan met specifiek erfelijke aandoeningen opsporen.

Met PGS kan men verschillende patientengroepen helpen:  vrouwen met herhaald miskraam, met herhaald implantatiefalen (>3 gefaalde embryotransfers) of met een oudere leeftijd (>37 jaar).Het aantal chromosomaal afwijkende eicellen stijgt sterk met de leeftijd. Een 30-jarige vrouw heeft reeds 40% abnormale eicellen,  boven de 40 jaar stijgt dit aantal naar 60-80%. Deze abnormale eicellen kunnen resulteren in een normaal uitziend embryo, maar resulteren nooit in een doorgaande zwangerschap met een gezond, levend geboren kind.

Met de PGS-techniek kan men bij een IVF-poging alle bekomen embryo’s testen, en enkel de chromosomaal normale embryo’s terugplaatsen. Hierdoor worden veel hogere zwangerschapskansen bekomen per embryotransfer. De leeftijd van de patiente wordt minder belangrijk omdat de abnormale eicellen niet meer worden teruggeplaatst. Bij heel veel patienten zal echter ook geen embryotransfer gebeuren.

Verschillende wetenschappers stellen nu reeds dat we eigenlijk bij alle oudere IVF-patienten PGS zouden moeten toepassen.  De succeskans van IVF stijgt, er zijn minder miskramen.

De techniek geeft echter een meerkost, bovenop de kost van de IVF-behandeling. De natuur voorziet ook meestal een natuurlijke selectie die de innesteling van een abnormaal embryo verhinderd, en slechts heel zeldzaam zal zo’n embryo een doorgaande zwangerschap geven, waarvoor ook nog kan getest worden tijdens de zwangerschap.

U kan vrijblijvend een gesprek vragen om het nut van PGD/PGS in u specifieke geval te bespreken